Justitieminister David van Weel zegt dat zijn uitleg over de 10.000 onbehandelde aangiftes anders is dan die van de Algemene Rekenkamer, doordat beide andere methodes gebruiken. De minister liet zich hierover uit in Den Haag, in uitspraken die op 24 september 2026 naar buiten kwamen.
Volgens Van Weel komt het verschil tussen zijn lezing en de bevindingen van de Rekenkamer voort uit de criteria die elk hanteren, en niet uit onenigheid over de onderliggende feiten. De politie beoordeelt aangiften en meldingen op aanknopingspunten die kunnen helpen een zaak op te lossen, terwijl de Algemene Rekenkamer naar hetzelfde materiaal kijkt vanuit de vraag hoe ernstig de zaken zijn.
Omdat die twee invalshoeken de aangiften verschillend wegen, kunnen de uitkomsten en de daaruit getrokken conclusies uiteenlopen, aldus de minister. Het aantal van ongeveer 10.000 aangiftes die niet zijn behandeld, ligt ten grondslag aan de discussie tussen het ministerie en de Rekenkamer.






