Zonne-energie was in juni 2026 voor het eerst goed voor een kwart van de totale elektriciteitsproductie in de Europese Unie, zo heeft energiedenktank Ember berekend. De mijlpaal is het gevolg van veel zonuren en een sterke toename van het aantal geïnstalleerde zonnepanelen.
In juni werd een recordhoeveelheid van 52 terawattuur (TWh) aan zonnestroom opgewekt, waarmee het vorige record van 47 TWh uit mei 2026 werd verbroken. Ter vergelijking: 52 TWh komt overeen met ongeveer 45 procent van het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van Nederland, of 65 procent van dat van België.
Zonne-energie was de grootste individuele bron van elektriciteit in de EU, vóór kernenergie (21 procent), gas (15 procent), windenergie (14 procent), waterkracht (12 procent) en steenkool (8 procent). Het is pas de derde maand ooit dat zon de belangrijkste stroombron is, na juni 2025 en mei 2026.
Ember-onderzoeker Chris Rosslowe noemt de opmars van zonne-energie "werkelijk fenomenaal" en stelt dat de bron in enkele jaren is uitgegroeid van een kleine speler tot een essentieel onderdeel van het Europese elektriciteitsnet. In juni 2021 was zonne-energie nog goed voor 10 procent van de EU-stroomopwekking; de productie is sindsdien elk jaar met meer dan een vijfde gestegen.






