Moedig zijn is hartstikke moeilijk. Het kan je je geld of je leven kosten, maar ook kleinere consequenties hebben, zoals buiten de groep vallen. Afgelopen woensdag organiseerde Vrij Nederland een debatavond over voetbal en politiek in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, met onder meer oud-voetballer Evgeniy Levchenko, voetbalster Tessel Middag en NOS-voetbalcommentator Suse van Kleef.

Uit hun verhalen bleek dat moed ver te zoeken is in het mannenvoetbal. Waar de vrouwen zich uitspreken over homoseksualiteit en het klimaat, en zich verenigen om de FIFA met een open brief op te roepen om een afschuwelijke Saoedische sponsor te weren, zwijgen de mannen over maatschappelijke thema’s.

In de mannenvoetbalwereld draait alles om het grote geld. Spelers die zich duidelijk uitspreken worden lastig gevonden en zouden zomaar een mooie transfer kunnen mislopen. De FIFA is een maffiose organisatie met Gianni Infantino als Capo di tutti Capi. Iedereen is doodsbang voor hem.

Alleen Lise Klaveness van de Noorse voetbalbond toont moed en doet mee aan een klacht tegen Gianni, omdat hij met zijn onsmakelijke geflirt met Trump de politieke neutraliteit van de FIFA schendt. Maar verder? Lafheid, stilte en gezellig meedoen. Onze KNVB-baas zegt te hebben geleerd van het WK in Qatar (toen onze sportminister typisch Nederlands verzet pleegde door een One Love-speldje te dragen onder haar sjaal) dat wij als klein land niet voor dominee moeten spelen.

Politiek en sport moeten scheiden blijven, blablabla. Zelfs als de eerlijkheid van het toernooi in het gedrang komt omdat een scheidsrechter het land niet mag betreden en verschillende teams verschillend worden behandeld, zwijgen de sportbonden. Ondanks haar rotgevoel weet deze vrouw dat zij zichzelf altijd in de spiegel zal kunnen blijven aankijken Ze sidderen voor Infantino.

Het debat eindigde met vragen uit de zaal. Een vrouw vertelde dat er een WK-poultje rondging op haar werk, en dat zij had gevraagd of het toernooi niet geboycot moest worden. Haar collega’s vielen stil en keken haar glazig aan. Wat moest ze doen? Als eeuwige buitenstaander en liefhebber van ongemak gaf ik een suf antwoord: ‘Doorgaan, vooral doorgaan.’ Inmiddels begrijp ik waarmee deze vrouw zit.

Plotseling is ze een buitenstaander op haar werk. Ze hoort er niet meer bij en dat is pijnlijk. Toch kan ze trots op zichzelf zijn. Ze laat haar overtuiging spreken en ervaart een consequentie van haar moed. Mensen die tegen de stroom in zwemmen en naar hun overtuiging handelen, zijn precies de mensen die we nodig hebben.

Zeker in een tijd waarin de democratie wordt gesloopt omdat niemand zijn stem verheft tegen de fascisten in onder meer het Witte Huis. Ondanks haar rotgevoel weet deze vrouw dat zij zichzelf altijd in de spiegel zal kunnen blijven aankijken. Voor lafbekken, meelopers en gewoon gezelligdoeners is dat lastiger.

Toen Navalny terugkeerde naar Rusland om het op te nemen tegen Poetin, in de wetenschap dat het hem zijn leven zou kosten, zei hij: ‘Als je n