Eigenlijk had Rwanda de 66-jarige Eugène N. het liefst zelf berecht op verdenking van betrokkenheid bij de genocide op de Tutsi’s van 1994. In plaats daarvan staat hij dezer dagen terecht voor de Haagse rechtbank. De Hoge Raad bepaalde naar aanleiding van een uitleveringsverzoek van Rwanda uit 2014 dat N. niet mocht worden uitgeleverd omdat hij inmiddels de Nederlandse nationaliteit bezit.

Eugène N., die zich in Ede had gevestigd, waar hij in de thuiszorg werkte, heeft volgens het Openbaar Ministerie destijds Hutu’s opgeruid tegen de Tutsi’s, een etnische minderheid in Rwanda. Ook zou hij actief betrokken zijn geweest bij de moord op drieduizend Tutsi’s die naar een stadion in de plaats Mbazi waren gevoerd onder het mom dat dit beter voor hun veiligheid was.

Daarnaast heeft N. volgens het OM goederen en vee van Tutsi’s gestolen. Bij de Rwandese genocide kwamen in totaal naar schatting 800.000 Tutsi’s om het leven. Onderzoek in Nederland sinds 2020 De verdachte, zelf een Hutu maar via zijn moeder ook geparenteerd aan de Tutsi’s, was leraar op een school en vervulde destijds tevens de rol van „responsable”, een lage lokale bestuurlijke functie.

In die hoedanigheid genoot hij enig gezag ter plaatse. In de plaats Mbazi bestond zo’n 18 procent van de bevolking uit Tutsi’s, ruim twee keer zoveel als het landelijke gemiddelde van 8 procent. N. ontkent alle beschuldigingen. „Ik heb het niet gedaan”, verklaarde hij deze woensdag via een tolk van de rechtbank. „Ik was zelf een van de gezochte mensen en ben veel familieleden kwijtgeraakt in die gruwelijke gebeurtenissen.” Hij stelde tegenover zijn rechters dat hij zich in de chaotische dagen van 1994 juist steeds had ingespannen om de verhitte gemoederen te kalmeren.

Hij zou hebben geweigerd bevelen van zijn superieuren uit te voeren om „aan het werk te gaan”, een eufemisme voor moordpartijen op Tutsi’s. Ook had hij zich naar eigen zeggen verzet tegen het in brand steken van woningen van Tutsi’s. De verdachte, die steeds zacht en zonder stemverheffing sprak, zei dat zijn pogingen het geweld tegen de Tutsi’s in te dammen hem persoonlijk in de problemen hadden gebracht.

In juni 1994 werd hij door militairen meegenomen omdat hij door sommigen als een vriend van de Tutsi’s werd gezien. Hij dacht toen te worden gedood. Een bevriende militair kreeg echter lucht van de zaak en zou daarna zijn vrijlating hebben bewerkstelligd. Eugène N., twee jaar geleden opgepakt, kwam in 1998 naar Nederland.

Het Nederlandse Team Internationale Misdrijven (TIM) begon in 2020 een eigen onderzoek en bezocht Rwanda herhaaldelijk. Het heeft naar eigen zeggen veel getuigen opgespoord van de misdrijven, waarvan N. wordt beschuldigd. De komende dagen zullen zij de gelegenheid krijgen hun verhaal te doen.

Op 28 augustus doet de rechtbank uitspraak in de zaak.