Justitieminister David van Weel (VVD) zegt dat hij de Tweede Kamer niet verkeerd heeft geïnformeerd over politiecijfers, nadat de Algemene Rekenkamer concludeerde dat hij het parlement „op het verkeerde been” had gezet over ongeveer tienduizend aangiftes die vervolgens niet werden behandeld. De minister liet zijn standpunt op 22 september 2026 weten.

In het geschil draait het om de vraag hoe die circa tienduizend zaken moeten worden gekwalificeerd. Volgens Van Weel ging het grotendeels om slechts een melding in plaats van een aangifte. Op die grond vindt hij dat zijn eerdere informatie aan de Tweede Kamer niet onjuist was.

De Algemene Rekenkamer betwist die uitleg. De rekenmeesters stellen dat de lezing van de minister niet klopt en dat de Kamer op het verkeerde been is gezet over de aangiftes die bleven liggen.

Daarmee staan beide lezingen tegenover elkaar: de minister houdt vast aan zijn interpretatie van de politiecijfers, de Rekenkamer verwerpt die. Dat het meningsverschil is opgelost, blijkt uit niets.