Het kabinet heeft op 3 juli 2026 een wet ingevoerd die alle stagiairs een vergoeding moet geven, maar legt geen minimumbedrag vast. De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) reageert teleurgesteld en noemt de maatregel 'een belediging', omdat stageaanbieders vrijwel elk bedrag kunnen betalen.
Zonder minimum kunnen bedrijven stagiairs theoretisch 10 euro per maand geven. De LSVb eist een verplichte stagevergoeding van 1.020 euro per maand, oftewel 40 procent van het minimumloon. 'De huur en de boodschappen worden ook niet goedkoper wanneer een student aan een stage begint', zegt voorzitter Evy Kras.
Minister Rianne Letschert (Onderwijs, D66) wil nog geen minimum vaststellen uit angst dat bedrijven dan minder stageplekken aanbieden, vooral kleine bedrijven. De LSVb noemt die argumentatie 'niet onderbouwd': kleine bedrijven hebben van nature minder stagiairs en dus lagere kosten, terwijl alle bedrijven profiteren van ervaring die studenten opdoen.
Zonder minimumbedrag worden structurele problemen en mentale druk niet opgelost, stelt de bond. 'Alles minder dan 40 procent van het minimumloon is een belediging, neem stagiairs serieus', aldus Kras. De minister laat de optie open om alsnog een minimumbedrag vast te leggen.






