Reddingswerkers hebben in Venezuela een pasgeboren baby en een 11-jarige jongen levend uit het puin gehaald, drie dagen nadat het land woensdag werd getroffen door twee zware aardbevingen, zo meldt interim-president Delcy Rodriguez. Het dodental is inmiddels opgelopen tot meer dan 1.400, terwijl ongeveer 50.000 mensen nog worden vermist.

De aardbevingen met een kracht van respectievelijk 7,2 en 7,5 vonden woensdagavond kort na elkaar plaats en veroorzaakten grote schade, waarbij in de hoofdstad Caracas verschillende gebouwen instortten. Zoek- en reddingsoperaties zijn nog gaande in de hoop meer overlevenden te vinden.

Rodriguez deelde beelden van de reddingsactie op sociale media, waarbij ze de inzet van de hulpverleners benadrukte. De twee kinderen werden op zaterdag levend gevonden, wat hoop gaf aan zowel reddingsteams als de bevolking. De exacte locaties van de reddingen zijn niet bekendgemaakt.

De autoriteiten hebben nog geen definitief dodental genoemd, maar de omvang van de verwoesting is enorm. De bevingen behoren tot de krachtigste die Venezuela in de recente geschiedenis heeft getroffen en verergeren de humanitaire crisis in het land.