Op 6 november 2026 begint in Haarlem de rechtszaak tegen zes verdachten van de moordpoging in 2024 op de Iraanse activist en journalist Siamak Tahmasbi. De zaak draait om een aanslag op een criticus van de Iraanse autoriteiten op Nederlandse bodem.
De rechtbank buigt zich over de verdachten, maar boven de zaak hangt de grotere vraag of dit het werk was van de zogeheten 'lange arm van Teheran', een operatie die vanuit Iran zou zijn aangestuurd. Dat antwoord zal opnieuw niet in de rechtszaal klinken, waardoor mogelijke betrokkenheid van de staat onopgehelderd blijft.
Daarmee laat de procedure de bredere discussie over de druk op Iraanse dissidenten in Nederland onbeslecht. Juist de verwachting dat de rol van Teheran ter zitting niet komt vast te staan, staat centraal in de kritiek op de reikwijdte van de Nederlandse rechtsgang in zulke zaken.
Iran blijft wegkomen met intimidatie, chantage en nog veel erger.
Zes verdachten moeten zich verantwoorden voor de moordpoging uit 2024. Over de verdachten, de omstandigheden van de aanslag en de uitkomsten van het onderzoek is niets naders bevestigd.






