De rechtbank van Tongeren heeft op 20 augustus 2026 een 35-jarige Nederlander veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor het vier dagen lang folteren van zijn vriendin in hun woning in Genk. De vrouw, die als jobstudente werkte in het horecazaken van haar vriend, werd onder meer bij de keel gegrepen, bekogeld met glazen, in de arm geschoten en in het been gestoken.
Ze zei dat ze voor haar leven vreesde en omschreef de periode als “de vier ergste dagen van mijn leven.” Haar advocaat, Pieter Filipowicz, zei voor de rechtbank dat de man “zijn roeping als beenhouwer heeft gemist.”
De huisgenoot van het koppel kreeg een jaar cel omdat hij niet ingreep tijdens de mishandelingen. Het vonnis werd uitgesproken door de rechtbank in Tongeren, in de provincie Limburg.






