Nadat hij met een vliegende knie – z’n handelsmerk - zijn Servische uitdager Miloš Cvjetićanin sterretjes had laten tellen, besloot Kromah de rest van de wereld verder uit te dagen. De nacht was inmiddels gevallen in Rotterdam-Zuid, maar de energietank van de geboren Amsterdammer was nog lang niet leeg.

Kromah, met roots in het Afrikaanse Guinee (vandaar die nationale driekleur in de ring), ging er tijdens de nabespreking eens goed voor zitten. Legde de benen van zijn gigantische lijf nonchalant op tafel, leunde achterover en moest lachen om alles wat er werd gezegd.

Het is dat in Ahoy een rookverbod geldt, anders had een pafferige pronksigaar dit toneelstuk compleet gemaakt.Het was vooral gênant voor Antonio Plazibat. De Kroaat had eerder die avond met een krachtige knock-out op de Marokkaan Ans Bouzid duidelijk gemaakt dat hij straks in december Kromah gaat uitdagen voor het volgende wereldtitelgevecht.

Hij kwam met opgetrokken sokken op slippers naar de tafel waar Kromah comfortabel voor eigen parochie preekte. Zijn verdere campingoutfit wekte eerder medelijden op dan dat die angst aanjoeg.Mory Kromah heeft veel indruk gemaakt. © GloryPlazibat zag er gehavend uit, had echt staan wankelen tegen Bouzid, maar werd gered door een uitzonderlijke vierde ronde.

De jury was er namelijk na de gebruikelijke drie rondes niet uitgekomen. Pas in die verlenging kon Plazibat zijn opponent tegen het canvas knallen. Maar dat was ten koste gegaan van jukbeenderen, van wenkbrauwen, van de boven- en onderlip. Kromah zat er ongeschonden bij.

Alsof hij net zijn belastingaangifte had ingevuld en duidelijk was geworden dat hij dit jaar veel geld zou terugkrijgen. Het geluk kwam uit al z’n 26-jarige poriën en de bijna zielige verschijning uit Kroatië ging er vervolgens verbaal aan.Antonio Plaziba wint, maar wordt later verbaal gesloopt door Mory Kromah. © Glory,,Wat zie jij eruit’’, lachte Kromah hem uit.,,Wil je een uitdaging aannemen?’’, stamelde Plazibat bijna schoorvoetend.

Hij ging bedeesd verder, zonder zelfvertrouwen. ,,Ik neem je bij je hoofd, glimlach dan even en sla je dan knock-out.’’ Het was of een boekenwurm filmteksten van Stallone, Statham en Schwarzenegger uit z’n hoofd had geleerd en die in een verlegen spreekbeurt kwam opdreunen.

Het maakte op niemand indruk.Mory Kromah rekent verbaal af met Antonio Plaziba Kromah: ,,Ik kan jou echt niet serieus nemen, man. Moet je eens kijken hoe je erbij staat. Ik ben nu twee jaar bij Glory. En nu al wereldkampioen. Dit is trouwens mijn tweede kampioensbelt.

En jij? Zes, zeven jaar bij Glory? Wil je trouwens deze belt even aanraken? Want dichterbij zul je nooit komen. Dat zal dan meteen de laatste keer zijn dat je zoiets voelt. Want dit goud blijft bij mij. Ik sla jou ook knock-out, zoals ik dat vanavond ook heb gedaan.’’De twee besloten toen nog een staredown te doen, maar dat maakte de poppenkast alleen maar gênanter.

Tegen zoveel Amsterdamse branie en zelfvertrouwen was niet op te boksen. Toen Plazibat op kousenvoeten de zaal had verlaten, kon er eindelijk serieus worden gepraat. Tegenover verslaggevers hoefde Kromah alleen maar toe te lichten hoe die vliegende knie weer zijn dodelijke wapen was geweest. ,,Die rechterknie, ja.

Die is te gevaarlijk. Ik blijf iedereen ervoor waarschuwen, maar niemand wil luisteren.’’ Met andere woorden: dan moeten ze het maar voelen, zoals de Serviër Cvjetićanin zaterdagavond in het uitverkochte Ahoy ondervond. Acht tellen waren niet voldoende geweest om hem weer op te lappen.Rico Verhoeven was tot vorig jaar twaalf jaar de onbetwiste wereldkampioen zwaargewicht bij Glory.

Jij verdedigt vanavond voor het eerst je wereldtitel. Ben je van plan het net zo lang als Rico vol te houden?Mory Kromah: ,,Ik zeg je eerlijk, ik volg gewoon het geld. Ik geniet van Glory. Ze hebben mij de kans gegeven om te groeien. Dit is een geweldig platform om me meer bekend te maken.’’Je bedoelt, twaalf jaar is wel erg lang.,,Ja, dat is heel lang.

Ik wil trouwens op m’n 35e stoppen.’’Ahoy zat vanavond vol Serviërs. Ze floten je uit.,,Dat maakt het alleen maar mooier. Het geeft me energie. Het gevoel van bewijzen wordt alleen maar groter. Ik hou ervan om gehaat te worden. Hoe meer haters, hoe beter. Maar buiten valt het wel mee.

Als ik op straat word aangesproken is het ’Mory, Mory, Mory’. Mensen schreeuwen zelfs mijn naam. En hier in het stadion maakt het me echt niet uit, ook al zit het vol Serviërs. Ze hebben me weer geld opgeleverd. Hahahaha…’’