Dit artikel is geschreven doorLoethe OlthuisGepubliceerd op 13 juni 2026, 08:00Leestijd 2 minEigenlijk valt het best mee met de slakken dit jaar. Veel droge en warme dagen, daar houden ze niet van. Ik heb ook veel meer tijgerslakken dan voorheen. Tijgerslakken zijn de gestreepte of juist panter-gespikkelde naaktslakken die je juist wél in je tuin wilt.
Ze heten ook wel ‘grote aardslak’, maar die naam vind ik geen recht doen aan deze elegante roofslakken, die soms wel 20 centimeter lang zijn.Want roofdieren zijn het zeker. Tijgerslakken eten namelijk vooral… andere naaktslakken. Toegegeven, als die op zijn, pikken ze wel eens een blaadje mee, maar dat mag geen naam hebben.
Je lokt tijgerslakken door een bakje vleesbrokjes voor katten op een vochtig, beschut plekje neer te zetten, wel ergens waar de buurtkatten er niet bij kunnen. Daarna gaan je slakkentijgers over van brokjes op naaktslak.Tijgerslak.Bron Foto GettyMollig, breedgebekt neefje van de kikkerNaaktslakkenvijand nummer twee: een pad.
Nee, geen tuinpaadje, al vinden slakken ruwe oppervlakken ook niet fijn. Maar zo’n leuk, mollig, breedgebekt neefje van de kikker. Padden leven op het land, op vochtige, beschutte rommelplekjes zoals hout- en stenenstapels, onder plantenpotten en onderin de composthoop, dus ruim vooral je tuin niet te veel op.’s Nachts worden ze actief.
Padden hebben wel water nodig om hun huid vochtig te houden (vooral bij warm weer) en voor hun voortplanting. Groot hoeft zo’n paddenpoel niet te zijn. Een flinke ingegraven schaal of bak op een zonnige plek, wel met glooiende randen, is genoeg. Let op dat er genoeg water in blijft staan.
Elk jaar gaan padden massaal terug naar het water waar ze als klein paddenvisje uit het ei zijn gekropen, dus het is wel sneu als dat vijvertje er niet meer is.En nee: padden zijn niet vies, gevaarlijk, glibberig of eng. Kijk je pad eens in z’n (goudkleurige) ogen en je ziet dat er niks is om bang voor te zijn.Geef de egel ruim baanNaaktslakkenvijand nummer drie is natuurlijk de egel.
Daar heb ik al vaker over geschreven, maar het állerbelangrijkste is: een egel moet van tuin naar tuin kunnen komen. Maak dus doorgangen in schuttingen, muren of heggen, maatje kattenluik. Dan worden egels niet meer platgereden, maar houden wel je tuin slakvrij.
En voor egels geldt hetzelfde als voor padden en tijgerslakken: zorg dat er genoeg rommelhoekjes en -stapels in je tuin zijn. Lelijk? Laat ze decoratief overgroeien door een groenblijvende clematis, eigenlijk meer een kruipplant dan een klimplant.Ten slotte zijn er genoeg prachtige, bloeiende anti-slakkenplanten.
Daarover volgende week meer.Lees ookGeselecteerd door de redactieDossierLoethe Olthuis, de luie tuinierLees hier alle artikelen over dit themaNaar het dossier



