Jongere generaties in Nederland hebben op dezelfde leeftijd doorgaans meer koopkracht en vermogen dan hun voorgangers, blijkt uit een analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Toch loopt generatie Z achter als het gaat om het kopen van een huis.

Uit de CBS-analyse blijkt dat het vermogen in Nederland tussen 1993 en 2024 is toegenomen. Daardoor is vrijwel elke generatie vermogender dan de generatie die ervoor kwam. Vooral tussen 2014 en 2022 steeg het vermogen flink, mede doordat de huizenprijzen omhooggingen.

Zo hadden mensen geboren tussen 1970 en 1985 op 45-jarige leeftijd bijna anderhalf keer zoveel koopkracht als de babyboomers die tussen 1945 en 1955 zijn geboren. Met elke volgende generatie neemt de koopkracht iets toe, constateert het CBS.

Er zijn echter kanttekeningen. Generaties geboren vanaf 1985, waaronder millennials en generatie Z, hebben tot ongeveer hun dertigste minder vermogen dan hun voorgangers. Volgens het CBS komt dat doordat zij langer doorstuderen en later gaan werken. Rond hun dertigste maken zij een inhaalslag.

Meer vermogen staat niet gelijk aan een eigen huis. Op dat vlak doet generatie Z het juist slechter dan eerdere generaties, aldus het CBS.