Een dakloze jongen loopt om half vijf in de ochtend naar Centraal Station.Bron Foto Annabel OosteweeghelHet aantal buitenslapers in de hoofdstad neemt zichtbaar toe. Onder de bruggen tot ver buiten het centrum liggen mensen in slaapzakken. ‘Ik ben er klaar mee, ik hoef ook geen hulp meer, alleen nog iemand die me drugs verkoopt.’redacteur politiek en samenlevingGepubliceerd op 13 juni 2026, 07:15Leestijd 10 minLang verschilde de situatie onder Amsterdamse bruggen van die in Parijs en Berlijn.
Ja, ook hier lag soms een enkeling te slapen op een matrasje in de buurt van het station. Maar dat was een uitzondering. Onder de meeste bruggen bleef het ’s nachts leeg.Maar nu, in de zomer van 2026, slapen overal daklozen. In dichtgeritste slaapzakken ontwaken dagelijks honderden mensen onder bruggen en afdakjes en in metrostations.
Soms liggen ze alleen op een kartonnetje. Soms zoeken ze bescherming bij elkaar in tentenkampjes. Je ziet ze onder het spoor en onder de snelweg, net als in Berlijn en Parijs.Als de eerste zonnestralen ’s ochtends Amsterdam verlichten, is iedereen die een woning heeft nog binnen.
Door de stad rijden vrijwel geen auto’s en fietsers. De trams staan nog in hun remises. Zelfs de meeste vogels vinden het voor fluiten te vroeg.Een buitenslaper onder een brug aan het IJ (boven) en onder de overkapping van de Raadhuisstraat.Bron Foto’s Annabel OosteweeghelAls je op straat ligt, zijn dit de uurtjes van halfslaap.
Mensen in slaapzakken soezen nog wat, of zitten net rechtop en wrijven hun ogen uit. Het ochtendlicht legt een melkachtig filter over de stad, waardoor alles schoon en voorlopig onschuldig aanvoelt. Het zwart onder de nagels van een dakloze is nu niks geks. Gele tanden en gescheurde jassen zijn dat evenmin.Moeders met kinderen, verslaafden, einzelgängersMeer en meer mensen in Nederland zijn de afgelopen jaren dakloos geworden, zien gemeenten en hulporganisaties.
Volgens de laatste telling gaat het in de regio Amsterdam om meer dan 10.000 mensen, van wie er meer dan 1300 op straat slapen.Het zijn arbeidsmigranten die naar Nederland kwamen voor werk – soms jaren geleden, soms vorige maand. Het zijn internationale studenten die hun kamer niet langer konden financieren.
Het zijn moeders met kinderen, verslaafden, einzelgängers en Roma. En het zijn steeds vaker Nederlandse mensen die hun woning verloren, daarna geen betaalbaar alternatief meer vonden, en na een tijdje bij vrienden of familie uiteindelijk op straat belandden.Quote van Sandra .‘Ik doe niks verkeerd, dus ze sturen mij ook niet zomaar weg’De Nederlandse Sandra heeft een grijze deken van Primark (14 euro) over zich heen.
In de tas die net nog haar hoofdkussen was rommelt ze tussen haar spulletjes. Sandra is helder en niet verdoofd. Ze heeft een klein rond gezicht en draagt haar bruine haren in een paardenstaart. Ze vertelt over haar nachten op straat. “Ik vind dit een fijn plekje om te slapen, omdat de blowers van de Albert Heijn warmte geven, voel je?
En ik doe niks verkeerd, dus ze sturen mij ook niet zomaar weg.”Ze gaat rechtop zitten en ziet dat er verder niemand is in deze straat. “Ik ben wel blij dat ik nu al wakker ben. Het is toch al redelijk licht”, zegt ze. Gevraagd naar haar plannen voor de dag, begint ze aan een gedetailleerde opsomming.“Straks kan ik even naar het Centraal Station, want dat is al bijna open.
Daarna ga ik om zeven uur naar de Hema voor een kopje koffie en een klein ontbijtje. Meestal neem ik yoghurt met een beetje fruit. Om tien uur gaat de bibliotheek open, daar neem ik dan een lockertje om mijn slaapspullen op te bergen. Vandaag ga ik bij de Mediamarkt een nieuwe telefoon kopen.
Een Samsung A16, die kost 139 euro met oplader erbij. Die kan ik nu betalen omdat ik vakantiegeld heb gekregen. Ik heb een Wajong-uitkering, dus eten kopen lukt meestal sowieso wel.”Een provisorische tent op het Waterlooplein (boven), een buitenslaper onder een brug bij het Centraal Station (midden) en een dertiger op een bank in Amsterdam-West.Bron Foto’s Annabel OosteweeghelNee, Sandra heeft niet zo’n zin om helemaal te vertellen hoe ze in deze situatie is beland.
Het is al een half jaar gaande, dat wel. Iedere dag probeert ze via Woningnet op zoveel mogelijk woningen te reageren. “Als ik straks de nieuwe telefoon heb, ga ik op een rustig plekje weer op zoveel mogelijk dingen reageren. Het zal vast niet lang meer duren tot ik iets toegewezen krijg.”Steeds meer ‘gewone’ mensen dakloosDe afgelopen jaren hebben hulporganisaties bij herhaling gemeld dat het tekort aan woningen in Nederland steeds meer ‘gewone’ mensen dakloos maakt.
De gemeente Amsterdam heeft de indruk dat het leven voor een groeiende groep inwoners te duur is geworden. Het aantal meldingen van betalingsachterstanden liep de afgelopen jaren op. Tussen 2024 en 2025 steeg het aantal Amsterdammers met een CAK-wanbetalersregeling met 1500 naar meer dan 20.000.
Dat zijn mensen die een half jaar of langer achterlopen met het betalen van hun zorgverzekering, wat geldt als indicatie voor financiële problemen.Ook mensen die beschikken over een inkomen leven op straat. Er zitten daklozen tussen die gewoon een baan hebben.
Sommigen leven van een uitkering of studiefinanciering.Ze willen niet gezien worden, ze schamen zich. De meesten zijn naar een andere stad getrokken dan waar ze eerst woonden. Stel je voor dat je een bekende tegenkomt. Een jonge man vertelt dat hij iedere dag maar zoveel mogelijk rondjes fietst, om niet op te vallen tussen de andere Amsterdammers.
Hij ligt ’s ochtends vroeg opgekruld onder een regenjas, wil wel praten, maar houdt zijn naam en gezicht verborgen.“Zou jij je niet schamen dan?” roept hij van onder de jas. “Ik heb niks meer en ben helemaal niemand. Ik ben slechts een man, die slaapt op houten pallets.”Een buitenslaper in een portiek in de Paleisstraat.Bron Foto Annabel OosteweeghelDe accordeonist van het LeidsepleinEr slapen ook daklozen buiten voor wie het leven op straat gewoon geworden is.
Zij tonen geen schaamte meer en vrezen geen afkeurende blikken. Ook het aanbreken van een nieuwe dag jaagt ze geen schrik aan. Ze nemen de uren zoals ze komen. Vaak met wat te drinken erbij.Onder een boom langs het Singel maakt de Roemeense Vasile (42) zich niet druk.
Zelfs in een slaapzak is hij een charismatische entertainer. Zijn lage, kalme stem zegt: “Ik ben de accordeonist van het Leidseplein. Ik doe tango, wals en samba. Ik kan eigenlijk alles spelen behalve André Hazes.”Hij is rechtop gaan zitten en kijkt uit over een schemerige parkeerplaats.
Er liggen nog drie andere buitenslapers tot aan het houten steigertje bij het water, waarboven in rode letters ‘Rederij Boekel’ staat geschreven.“Het is nu warm, de stad is vol, dus het leven is een stuk beter dan tijdens de winter”, gaat Vasile verder. “Gisteravond was ik nog laat op het plein om te spelen.
Mensen hadden wat gedronken, en dan geven ze vaker veel geld. Ik verdien genoeg om eten te kopen bij de supermarkt.” Als het minder druk is op straat, werkt hij soms ook in fabrieken.“Ik hou van Amsterdam”, zegt hij. “Ik heb verder helemaal niemand, snap je. Mijn vader en moeder zijn dood.
Ik ben gescheiden en heb vijf kinderen in verschillende landen, maar ik zie ze nooit.”Tijd om op te staan. Vasile schuift zijn benen in een zwarte strakke spijkerbroek. “Ik vraag bij de Albert Heijn op het Leidseplein vaak om nieuwe kleren”, zegt hij, al trekkend aan de rechter broekspijp. “De manager daar ken ik een beetje en hij wil altijd helpen.
Deze broek heb ik ook van hem gekregen.” Vasile rekt zich nog eens uit. “Bij die supermarkt ga ik zo eerst wat te eten kopen. En daarna de hele dag spelen, denk ik.”Te weinig hulp voor iedereenIn Amsterdam bieden de gemeente en hulporganisaties aan daklozen meerdere varianten van opvang en assistentie.
Dat gaat van slaapzalen tot specifieke hulp voor economisch daklozen. Slapen in de soberste opvang is meestal gratis, voor andere slaapplekken, zoals nachtopvang, moeten daklozen 6 of 7 euro per nacht betalen. Hulp op locaties die meer weg hebben van hostels of kleine appartementen kost gezinnen of werkende daklozen een paar honderd euro per maand.Al langere tijd is er onvoldoende hulp voor iedereen met problemen.
Slaapzalen zitten steeds vol en mensen blijven maanden, soms zelfs langer dan een jaar, op noodlocaties wonen. Het dwingt andere daklozen om in parken of portieken te slapen.Adriano laadt zijn telefoon op bij een frietkraam in Amsterdam-Noord. Hij kent er het wifiwachtwoord.Bron Foto Annabel OosteweeghelQuote van Adriano .‘Ik was krantenbezorger, totdat de krant failliet ging’Adriano (45) staat zijn telefoon op te laden.
Hij heeft een stopcontact gevonden bij een frietkraam, die nu nog gesloten is. Adriano kijkt naar het schermpje van zijn Samsung. Hij kent het wifiwachtwoord hier en probeert berichtjes van een onbekende vrouw te doorgronden. Want die vrouw regelde voor hem een baan bij Plukon, een vleesverwerker in Hoorn.
Adriano is ervoor naar Nederland gekomen. Hij rekende op kost en inwoning bij het bedrijf.“Ik zou deze week beginnen, maar nu is het opeens met drie dagen verplaatst”, zegt hij. “Ik ben een beetje moe, ik heb vannacht niet geslapen. Er was geen plek meer in de opvang.
Een sociaal werkster zei dat ik vandaag overdag moest terugkomen, ik hoop dat ik straks even ergens kan gaan liggen.”Adriano duwt zijn blauwe pet ietsje omlaag. Hij is een beetje aangeslagen. Tegenslagen zegt hij wel gewend te zijn. Maar nu staat hij hier ineens, onverwacht, zonder een plek om te verblijven.“Ik heb zoveel soorten werk gedaan sinds ik in 2022 naar Europa kwam.
Ik ben Braziliaans, ik kom uit de regio Minas Gerais, dat ligt naast São Paulo. Daar was ik krantenbezorger, totdat de krant failliet ging. In Europa werkte ik in keukens van Parijs tot aan Madrid. Nee, nee, niet als kok, wat denk je.” Hij glimlacht en droogt met zijn handen een denkbeeldig bord af. “Ik deed de afwas, de schoonmaak.”Op zijn telefoon toont hij verschillende berichtjes met betrekking tot zijn tijdelijke baan bij Plukon, de vleesverwerker.
Adriano’s startdatum blijkt inderdaad verschoven. Hij moet zich aanstaande vrijdag melden op de Gildenweg in Oosterblokker. Nog twee nachten te gaan.Een buitenslaper op het Waterlooplein (boven) en op de stoep voor café Het stadspaleis.Bron Foto’s Annabel OosteweeghelHoe langer buiten, hoe moeilijker de weg naar nieuw werkIn Nederland werken meer dan een miljoen arbeidsmigranten, veelal uit Oost-Europa.
Ze zijn vaak werkzaam in de tuinbouw, de vleesverwerking en bij distributiecentra. Hun positie in de samenleving is zo kwetsbaar dat jaarlijks duizenden arbeidsmigranten op straat belanden, als ze om wat voor reden dan ook hun baan verliezen. Sommigen dronken al te veel toen ze nog werkten, anderen beginnen ermee als ze eenmaal dakloos zijn.
Hoe langer buiten, hoe moeilijker de weg naar nieuw werk. En kan een keertje crack of heroïne proberen dan echt zoveel kwaad?Zo ging het ook bij Pjotr (34). Eén keertje proeven werd te veel, te vaak. Op een heldere ochtend staat hij naast zijn fiets aan de rand van een klein kampement met andere daklozen.
Boven Pjotr kleurt de lucht langzaam oranjeroze. “Eerst werkte ik, maar ja. Er is van alles gebeurd”, zegt Pjotr. Hij mompelt, een beetje beschaamd, een paar keer het woord ‘drugs’, en dat hij er niet van kan slapen. Hij kijkt naar zijn eigen reflectie in het water.
Vissen springen uit het IJ.“Ik zit te denken over vandaag”, zegt Pjotr. “Het gaat heel warm worden, denk ik. Maar ik heb eigenlijk niet zoveel te doen. Misschien kunnen we naar het strand gaan, naar Zandvoort.”Pjotr: ‘Eerst werkte ik, maar ja. Er is van alles gebeurd.’Bron Foto Annabel OosteweeghelZijn vriend, die achter Pjotr op een kartonnetje ligt, hoort het plan en schiet in de lach.
Straks misschien, is zijn reactie. Met de minuut verlicht de zon meer van de slaapplek van de groep van drie. In het midden staat een soort gereedschapskist met moertjes en ringetjes voor het onderhoud van hun fietsen. Een van de slapende mannen heeft een nachtlampje gemaakt van een kartonnen bak van de Kentucky Fried Chicken, zo’n rood-wit gestreepte emmer, waar normaal bruine kipstukken in zitten.
Daarnaast staat een zwart parfumflesje, Bleu de Chanel. Er zijn metalen pijpjes bij om crack mee te roken.In Amsterdam is er de laatste jaren sprake van een sterke toename van het aantal verslaafden in de openbare ruimte. Volgens hulporganisaties zijn er duizenden mensen verslaafd aan crack.
Die drug geeft een zeer intense roes van korte duur. Meestal ademen mensen het in via een pijpje of van een stukje zilverfolie of lepel. Op straat zijn daklozen over het algemeen eerlijk over hun verslaving. Er valt nou eenmaal weinig meer aan te verbergen.Drugs, dat is altijd het eerste waar ze ’s ochtends aan denken, vertellen ze.
Een bolletje kost ongeveer 10 euro. Ze zijn te koop in het centrum van de stad of anders in de bosjes in het Oosterpark of het Vondelpark. Rondom de tentenkampen van enkele ontwakende daklozen hangt de duidelijk herkenbare zoete geur van heroïne. Anderen zoeken hun toevlucht in oppeppende middelen, poederig, meestal door de neus.
Het zijn goedkope varianten van cocaïne.Onder de brugTussen betonnen pilaren die een vierbaansweg ondersteunen, wikkelt Ric zich in een slaapzak. Hij heeft zijn waardevolle spullen met sloten aan een groot ijzeren hek geketend. De fietskar staat nu helemaal stil, na een nacht blikjes verzamelen begint Ric eindelijk aan slaap te denken.Het ging goed, vertelt hij.
Een nacht rondfietsen levert meestal rond de 50 euro aan statiegeld op. De afgelopen uren waren ook goed voor zoiets. Nu dus even in de slaapzak, maar op voorwaarde van anonimiteit wil Ric best vertellen wat hij over een paar uurtjes waarschijnlijk gaat doen.Quote van Ric .‘Het leven gaat alleen maar om geld, geld, geld, ik word er helemaal gek van’“Mijn eerste missie: de verslaving.
Ik gebruik niet meer zoveel drugs als een tijdje geleden, maar ik moet toch dagelijks wat hebben. Meestal fiets ik vanaf hier naar het Waterlooplein, daar zijn alle dealers, weet je.” Daarna komt hij hier terug. ’s Middags begint hij weer met het verzamelen van blikjes.“Op straat is het snoeihard, iedereen is alleen maar geïnteresseerd in wat er in je zakken zit.
Het leven gaat alleen maar om geld, geld, geld, ik word er helemaal gek van. Het is in mijn leven wel tien keer misgegaan, en steeds kwam ik ervan terug, bouwde ik iets nieuws op, maar ik ben er nu klaar mee. Ik hoef ook geen hulp meer, alleen nog iemand die me drugs verkoopt.
Ik haat de andere mensen op straat, moet je weten. Die man die daar net langsliep probeert altijd dingen te stelen als ik slaap.”Wakker met een bevroren neusEenmaal aan de praat doet Ric pogingen om zijn geschiedenis samen te vatten. Hij plukt daarbij veel aan zijn nagels en aan zijn korte haren.
De diepe groeven in zijn gezicht verbergen de jongen uit de tijd waarover hij vertelt.“Ik had geld, ik had een huis met een tuin, hier vlakbij aan de Linnaeusstraat. Ik heb een succesvolle zaak gehad als timmerman, met meerdere mensen personeel. Ik ben teamleider geweest bij Plukon, daar heb ik lang gewerkt.
Maar ergens halverwege is het misgegaan, door eenzaamheid, denk ik, daarom ben ik drugs gaan gebruiken. Ik zat daar in dat huis, betaalde de huur, betaalde het personeel, maar ik had niemand. Ik ben alleen op de wereld.”Bron Annabel OosteweeghelSandra ligt onder een grijze deken van Primark (boven), de schoenen van een Oost-Europese buitenslaper in het centrum van Amsterdam.Bron Foto’s Annabel OosteweeghelHij vertelt dat hij zijn woning kwijtraakte, en al het gereedschap van de timmerzaak. “Toen ben ik meer gaan gebruiken, ik kwam op straat terecht.
Ik heb met een gebroken heup op straat geleefd, ik heb deze winter hier doorstaan. Terwijl ik meermaals wakker werd met een bevroren neus, dat moet je ook weten.“Hier ben ik Ric geworden. Mijn hersenen werken prima, dat zul je nu wel doorhebben. Ik heb zonder scholing Engels geleerd, en een beetje Nederlands.
Maar ik probeer maar aan zo weinig mogelijk te denken. Vandaag fiets ik weer rond, voor blikjes. Dat is alles.”De mensen in dit artikel spraken met de verslaggever op voorwaarde van (gedeeltelijke) anonimiteit. Hun gegevens zijn bekend bij de hoofdredactie.Lees ookGeselecteerd door de redactie



