De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) maakte op 30 juni 2026 bekend dat de maximumtarieven voor huisartsenzorg voor 2025 en 2026 gemiddeld met 2,2 procent per jaar stijgen, na een rechtszaak waarin de rechter de eerdere tarieven onvoldoende onderbouwd achtte. De vergoeding voor huisvesting gaat met 35 procent omhoog, wat jaarlijks 60 tot 70 miljoen euro extra oplevert—gemiddeld zo'n 11.000 euro per praktijk. Huisartsenorganisaties reageren echter teleurgesteld en noemen het besluit 'onbegrijpelijk'; zij stappen opnieuw naar de rechter.

Het juridische conflict begon vorig jaar toen drie huisartsenverenigingen, waaronder de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven stapten. In november 2025 gaf de rechter hen gelijk: de NZa had niet voldoende aangetoond dat de tarieven alle kosten dekten, met name voor huisvesting. De NZa liet vervolgens aanvullend onderzoek doen door TNO, wat leidde tot de nieuwe tarieven.

Voorzitter Maurits Westein van de LHV-kring Brabant-Oost, huisarts in Eindhoven, zegt: 'Als dit zo blijft, haken jonge huisartsen af en komen er nog meer mensen in Zuidoost-Brabant zonder huisarts te zitten.' Woensdag trekt hij met andere huisartsen naar Den Haag om Kamerleden te vragen in actie te komen. De LHV spreekt in een felle verklaring van een 'onbegrijpelijk besluit' en zegt dat de NZa 'op essentiële punten vasthoudt aan dezelfde uitgangspunten die de rechter eerder afwees.'

Ook huisartsen in Twente zijn verbijsterd en waarschuwen dat de beperkte verhoging 'de huisartsenzorg op slot zet'. NZa-bestuursvoorzitter Geranne Engwirda verdedigt de aanpassing: 'De rechter heeft gezegd dat we niet alleen terug moeten kijken, maar ook vooruit en investeringsruimte moeten bieden.' De tarieven voor 2023 en 2024 worden niet gewijzigd, omdat de NZa deze gemiddeld kostendekkend acht.