Houthi-strijders hebben de Jemenitische Rode Zeehaven Mokha ingenomen en regeringstroepen op de vlucht gejaagd, zo meldden functionarissen op 10 september 2026. Het is de ernstigste aanval in jaren in de strijd om de controle over de Jemenitische Rode Zeekust.
Volgens functionarissen veroverden de door Iran gesteunde Houthi's Mokha — ook wel Mocha genoemd — nadat zij troepen van de internationaal erkende, door Saudi-Arabië gesteunde regering hadden verdreven. De inname past in een gerichte poging van de Houthi's om de hele Jemenitische kust in handen te krijgen; het gaat om de zwaarste gevechten tussen de rebellen en regeringstroepen in jaren. Aantallen slachtoffers werden in de berichten niet genoemd.
Met de haven in handen kunnen de Houthi's gemakkelijker schepen aanvallen in een waterweg die van groot belang is voor de wereldhandel. Controle over de kust zou ook een strategische tegenslag zijn voor Saudi-Arabië en de Verenigde Staten, doordat Iran en zijn bondgenoten dan dichter bij volledige controle komen over twee knelpunten voor de westerse scheepvaart aan weerszijden van het Arabisch schiereiland, waaronder Bab al-Mandeb aan de zuidkant van de Rode Zee.
De verovering valt samen met een verbreding van het regionale conflict, waarbij de Houthi's en hun bondgenoten de scheepvaartroutes door de Rode Zee, die een groot deel van de wereldhandel dragen, steeds verder proberen te beheersen.






