Dit artikel is geschreven doorFrank HillsGepubliceerd op 13 juni 2026Leestijd 2 minVeel spelers van Haïti zijn nog nooit in het land zelf geweest - net als de bondscoach.In 1802 viel een Franse oorlogsvloot het Caraïbische eiland Saint-Domingue aan. Onder leiding van François-Dominique Toussaint Louverture hadden tot slaaf gemaakten zich een paar jaar eerder vrijgevochten van de Franse onderdrukking en was slavernij op het eiland afgeschaft.
Napoleon stuurde de grootste marinevloot die Frankrijk ooit had gezien naar Saint-Domingue om het oude plantagesysteem te herstellen. “Grenadiers, a l’assault!” – grenadiers, ten aanval – luidde een veelgehoorde term onder Franse strijdkrachten. Al snel maakten de vrijgevochten troepen van Toussaint Louverture hun eigen Creoolse variant: “Grenadye, alaso!”Bij een wedstrijd van het Haïtiaanse nationale elftal is ‘Grenadye, alaso’ nog altijd de meest gehoorde aanmoediging door fans.
De bijnaam van het team ‘Les Grenadiers’ stamt eveneens uit de strijd tegen de Fransen. De voetballers van Haïti zijn er voor het eerst sinds 1974 weer bij op een WK en behoren nu al tot de grootste verrassingen van het toernooi. Niet door buitengewoon spel of hoge verwachtingen, maar simpelweg omdat het land het eindtoernooi heeft gehaald.Thuiswedstrijden op CuraçaoHaïti verkeert al jaren in een crisis die alleen maar lijkt te verergeren.
Criminele bendes controleren grote delen van het eiland en grofweg 90 procent van de hoofdstad Port-au-Prince. Internationale vluchten naar Haïti zijn er zo goed als niet meer. Vorige maand staakte ook hulporganisatie Artsen Zonder Grenzen de werkzaamheden in het land vanwege toenemend geweld.Quote van .Haïti, Senegal, Iran en Ivoorkust staan op een lijst van landen voor wiens burgers inreisverboden geldenDoor de onrust moest Haïti, de nummer 83 van de Fifa-ranking, alle trainingen en thuiswedstrijden in de WK-kwalificatiereeks spelen op Curaçao.
Het stadion waar de nationale ploeg vroeger trainde en speelde is een toevluchtsoord geworden voor burgers die een schuilplaats zoeken voor het bendegeweld. De bondscoach, de Fransman Sébastien Migné, zette zelfs nog nooit voet op Haïtiaanse bodem. Hetzelfde geldt voor verschillende spelers, van wie velen in Frankrijk en enkelen in de VS en Canada zijn geboren.
Slechts één speler, middenvelder Woodenskey Pierre, speelt nog in de Haïtiaanse competitie.Pierre kon zich pas vorige week aansluiten bij de rest van het elftal, nadat hij langere tijd in Port-au-Prince de goedkeuring van zijn visum voor de Verenigde Staten had afgewacht.
Haïti, Senegal, Iran en Ivoorkust staan op een lijst van landen voor wier burgers inreisverboden gelden. Haïti zal het qua aanmoediging vooral moeten hebben van Haïtianen in het buitenland, waaronder een gemeenschap van ongeveer 400.000 in de Verenigde Staten.Angst om opgepakt te worden door IceMaar ook daar leven Haïtianen al langere tijd in grote onzekerheid.
Eind april ondernam de regering-Trump een poging om de tijdelijke beschermde verblijfstatus van Haïtianen in de VS, de zogenaamde Temporary Protected Status, af te schaffen. Tot nu toe houdt de beschermde status stand, maar de angst om rond een wedstrijd opgepakt te worden door immigratiedienst Ice blijft groot.
Om over de hoge kosten voor wedstrijdkaarten nog maar te zwijgen.Haïti is voetballend zeer onvoorspelbaar. De ploeg maakte indruk in de kwalificatie met overwinningen op Nicaragua, Honduras en Costa Rica, maar verloor ook met 5-1 van Curaçao. Begin deze maand won Haïti nog met 4-0 van WK-deelnemer Nieuw-Zeeland, maar de uitzwaaiwedstrijd tegen Peru ging afgelopen weekend met 1-2 verloren.
Op het WK is het land ingedeeld in een pittige poule met Brazilië, Marokko en Schotland. Een ronde verder komen lijkt onbegonnen werk, maar wie weet wat sterspelers als spits Wilson Isidor, Jean-Ricner Bellegarde en Almere City-aanvaller Ruben Providence kunnen bewerkstelligen.



