De Franse rechter heeft op 25 juni 2026 bepaald dat energieconcern TotalEnergies binnen een half jaar de CO2-uitstoot van zijn klanten in kaart moet brengen. Het gaat om de zogeheten scope 3-emissies die vrijkomen bij het verbranden van benzine, diesel en kerosine. De uitspraak is een belangrijke stap in klimaatjuridische procedures tegen fossiele brandstofbedrijven.

De rechter legde TotalEnergies echter geen specifieke maatregelen op om de productie van fossiele brandstoffen te verminderen of nieuwe fossiele projecten te stoppen, zoals geëist door de Franse milieuorganisatie Notre Affaire à Tous en de stad Parijs. Zij hadden onder meer een productievermindering van 37 procent voor olie en een kwart voor gas in 2030 geëist.

TotalEnergies had zich niet verantwoordelijk geacht voor de scope 3-emissies, die vele malen groter zijn dan de eigen uitstoot van het bedrijf. Het verweer leek op dat van Shell, dat in 2021 een rechtszaak verloor van Milieudefensie in Nederland.

De stad Parijs en klimaatjuristen reageerden verheugd op de uitspraak, die als een precedent kan dienen om energiebedrijven verantwoordelijk te houden voor hun volledige klimaateffect. TotalEnergies moet binnen de termijn van een half jaar een nalevingsplan presenteren.