Precies tien jaar na het referendum van 23 juni 2016, waarin een krappe meerderheid koos voor vertrek uit de Europese Unie, worstelt het Verenigd Koninkrijk nog steeds met de economische en politieke gevolgen. De beslissing, aangekondigd op campagnbussen met de belofte 'de controle terug te nemen', heeft handel, reizen, werk, studie, belastingen en zelfs de prijs van boodschappen ontwricht.

Maandag werd premier Keir Starmer het laatste slachtoffer van de aanhoudende Brexit-turmoil toen hij zijn aftreden aankondigde. Hij is de zesde Britse leider die sinds het referendum voortijdig vertrekt. Starmer maakte tactische fouten, maar zijn val werd vooral bepaald door structurele problemen zoals een stagnerende economie, die economen toeschrijven aan de Brexit, in combinatie met de financiële crisis van 2008 en de Covid-19-pandemie.

Het aftreden benadrukt hoe de stemming van 2016 de Britse politiek blijft destabiliseren. Ook Starmer's voorgangers worstelden met de gevolgen van de Brexit, die de relatie met Europa onder druk zet, interne partijtegenstellingen aanwakkert en de economische groei afremt. De herdenkingsdag is een teken van de blijvende verdeeldheid en moeilijkheden die het tijdperk na het referendum kenmerken.