Reddingswerkers hebben op 1 juli 2026 in Venezuela een 43-jarige beveiliger levend onder het puin vandaan gehaald, acht dagen nadat twee zware aardbevingen het land troffen. Hernan Gil zat vast in zijn wachthuisje onder een zeven verdiepingen tellend gebouw in Catia La Mar, een kustplaats die vrijwel volledig werd verwoest.
De aardbevingen van 24 juni hebben volgens officiële cijfers aan zeker 2.295 mensen het leven gekost en ruim 11.000 gewonden veroorzaakt. Tienduizenden worden nog vermist. Satellietbeelden van de NASA tonen dat meer dan 50.000 gebouwen zijn verwoest of beschadigd, waardoor veel mensen dakloos zijn geworden. De kuststad La Guaira is zwaar getroffen.
Teams uit zeven landen – Venezuela, Chili, de Verenigde Staten, Portugal, Costa Rica, El Salvador en Mexico – werkten drie dagen lang om Gil te bevrijden. Ze verstevigden de fundering van het scheefstaande pand met hout en ijzer, gaven hem water via een slang en voorzagen hem via een buis van lucht. De Chileense brandweer plaatste een Instagramvideo waarop Gil zijn hoofd beweegt, met een mondkapje en een bloeddoorlopen rechteroog.
Gils vrouw Gusbimar Gonzalez zei tegen persbureau AFP: “Dit is werkelijk een wonder. Ik ben compleet verbijsterd. Het is de eerste keer dat ik zoveel landen zo zie samenwerken om één persoon te redden.” Eerder haalden Jordaanse reddingswerkers nog een driejarige jongen levend onder het puin vandaan.
Interim-president Delcy Rodríguez kondigde zeven dagen van nationale rouw aan. Rik Telamon van het European Union Civil Protection Team, dat de hulp coördineert, waarschuwde dat het voorkomen van een epidemie nu prioriteit heeft. Hij zei dat veel hoogbouw is ingestort en dat gebouwen die nog overeind staan zwaar beschadigd zijn en gesloopt moeten worden.





