columnistGepubliceerd op 13 juni 2026Leestijd 3 minJe weet dat het slecht gaat in de VS wanneer maar één op de drie Amerikanen gelooft dat de befaamde American Dream waar is, zoals blijkt uit recente peilingen. Dat is aanzienlijk lager dan tien of vijftien jaar geleden en een trieste constatering tijdens de viering van 250 jaar onafhankelijkheid dit jaar.In de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776 werd aan iedereen nadrukkelijk ‘leven, vrijheid en het nastreven van geluk’ beloofd.
Het is een langgekoesterd ideaal dat dit geluk in Amerika beter te realiseren is dan elders. De Amerikaanse Droom, als begrip slechts een eeuw oud, is de moderne vertaling van dit streven naar geluk. Maar de meeste Amerikanen geloven er niet meer in en de vraag is ook of het ooit een haalbaar ideaal was.Economische motorToch gaat het helemaal niet zo slecht met Amerika.
Amerika is nog steeds een economische motor die veel toeren heeft gedraaid in de geschiedenis, hoewel vooral de rijken hiervan de vruchten hebben geplukt. Maar ook de armen zijn niet achtergebleven. De afgelopen eeuw hebben veel Amerikanen het in materiële zin steeds beter gekregen.Vergelijk de huidige situatie maar met het Amerika van 1931, toen de Amerikaanse Droom door James Truslow Adams werd geformuleerd en een gangbaar begrip werd, midden in de economische crisis.
De Washington Post haalde recent onderzoek aan van het American Enterprise Institute, waaruit blijkt dat grote delen van de Amerikaanse bevolking in 1931 geen beschikking hadden over eigen sanitair, kraanwater, centrale verwarming of zelfs elektriciteit in huis.De kosten en de inkomens zijn tussen 1939 en 2023 gestegen, maar waar de prijzen 17,4 keer hoger werden, werden de inkomens 88,5 keer zo hoog.
De armoede is vanaf de Tweede Wereldoorlog enorm geslonken; nu woont slechts 5,7 procent van de zwarte kinderen in armoede, tegenover 93,3 procent in 1939. Dat komt – wellicht niet verrassend uit de koker van het American Enterprise Instituut – vooral door economische groei en juist niet door de komst van de verzorgingsstaat.We weten ook dat de VS sinds de jaren negentig van de vorige eeuw Europa duidelijk voorbij is gestreefd als het gaat om innovatie, arbeidsproductiviteit (omdat Amerikanen per dag langer werken) en vaste lonen, die nu twee keer zo hoog zijn als het Europese gemiddelde (en hoger dan Nederlandse lonen).
De grootste groep in de VS is nu de hoge middenklasse. Die maakt 31 procent uit van de bevolking en dat was in 1979 slechts 10 procent. Voor alle bevolkingsgroepen blijft het land een banenmachine. Dat heeft niet alleen te maken met technologische innovaties, maar ook met de inzet en creativiteit van de Amerikanen zelf.Geld maakt niet gelukkigDeze economische kracht heeft echter ook een keerzijde.
Dan heb ik het niet alleen over de verspilling en vervuiling die deze economische reus heeft veroorzaakt in haar geschiedenis, maar ook over het feit dat de helft van Amerikanen zegt in economische onzekerheid te leven. Van de Amerikanen die jaarlijks twee ton verdienen, leeft 30 procent van paycheck tot paycheck, de maandelijkse uitbetaling.
Hoe jonger de Amerikanen, hoe minder zekerheid en hoe kleiner hun hoop dat ze de American Dream zullen bereiken.Misschien is het Amerika van nu het bewijs dat geld niet gelukkig maakt, gezien het feit dat Amerikanen steeds lager scoren op geluksgevoel. De Amerikaanse Droom, zei bedenker Adams, ‘is niet alleen een droom over auto’s en hoge lonen, maar een droom over een sociale orde waarin elke man en elke vrouw zich zal mogen ontwikkelen tot de volle potentie van zijn of haar mogelijkheden.’In de zoektocht naar auto’s en hoge lonen hebben Amerikanen deze hogere aspiraties op het tweede plan gezet.
Dat is vooral omdat we de American Dream als individuele meetlat van succes hebben beschouwd en minder oog hebben gehad voor de sociale orde die zo’n droom beter zou kunnen waarborgen.Amerika kent ook veel burgers die verlangen naar een betere sociale orde, misschien nu meer dan ooit.
Maar we weten niet meer hoe we daaraan vorm kunnen geven.



