De Amerikaanse regering heeft zich op 3 september 2026 achter OpenAI geschaard in de rechtszaak die The New York Times tegen de maker van ChatGPT heeft aangespannen wegens auteursrechtinbreuk. In een gerechtelijk document stelt de regering dat AI-bedrijven auteursrechtelijk beschermd materiaal mogen gebruiken om hun systemen te trainen.

Volgens de Amerikaanse overheid creëren AI-toepassingen nieuwe inhoud op basis van hun trainingsdata. Verder benadrukt zij dat de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie van cruciaal belang is voor de VS, onder meer voor de nationale veiligheid en de economie. Auteursrecht mag die ontwikkeling niet in de weg staan, luidt de redenering.

De krant beschuldigt OpenAI ervan artikelen zonder toestemming te hebben gebruikt voor het trainen van zijn AI-modellen. De interventie van de regering versterkt de positie van OpenAI in een zaak die geldt als een belangrijke test voor de grenzen van het auteursrecht in het tijdperk van generatieve AI.