Naar schatting 124.000 mensen van 65 jaar en ouder gingen in 2025 in Nederland naar de spoedeisende hulp na een val. Dat blijkt uit cijfers van kenniscentrum VeiligheidNL. In de meeste gevallen ging het om ernstig letsel.
Ruim driekwart van de 65-plussers die na een val op de spoedeisende hulp belandde, had ernstig letsel, zoals een gebroken heup of pols of hersenletsel; elders wordt gesproken van bijna vier op de vijf. Het aantal steeg van ongeveer 119.000 een jaar eerder, in 2024. Gemiddeld komt het erop neer dat elke vier minuten een 65-plusser vanwege een val naar de spoedeisende hulp moet.
VeiligheidNL analyseerde de afgelopen tien jaar en ziet een langdurige toename van valongevallen, en vooral van valongevallen met ernstig letsel: dat aantal nam in die periode met 16 procent toe. De stijging is het grootst onder 65- tot 74-jarigen. Een oorzaak voor de toename wordt niet gegeven. Een val heeft niet alleen grote gevolgen voor het slachtoffer, dat vaak een zwaar herstel wacht, maar zet ook extra druk op de zorg.
De cijfers zijn gepubliceerd tijdens de nationale Valpreventieweek. VeiligheidNL en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport willen meer bewustzijn over het aantal valincidenten en moedigen 65-plussers aan zich op de toekomst voor te bereiden, bijvoorbeeld met krachttraining. Volgens VeiligheidNL onderschatten vooral jonge 65-plussers het risico: "Ze denken vaak dat dit hen niet zal overkomen."






